De 1D Fermi-Hubbard keten is een goede testbank. Maar de grote fysische droom ligt in 2D.
Waarom? Omdat 2D Hubbard veel dichter bij de vragen rond sterk gecorreleerde materialen ligt, inclusief de klassieke motivatie vanuit cuprates en hoogtemperatuur-supergeleiding. Een 1D keten is leerzaam. Een 2D rooster is fysisch ambitieuzer.
De 2D Hamiltoniaan lijkt bijna hetzelfde
\[H=-t_h\sum_{\langle i,j\rangle,\sigma}\left(c^\dagger_{i,\sigma}c_{j,\sigma}+h.c.\right)+U\sum_i n_{i,\uparrow}n_{i,\downarrow}\]Het verschil zit in de buren. In 1D heeft een site meestal links en rechts een buur. In 2D heeft een site buren in twee richtingen. Dat klinkt als een kleine wijziging, maar computationeel verandert bijna alles.
Waarom 2D klassiek moeilijker is
MPS en TDVP zijn sterk in 1D omdat entanglement langs een lijn relatief controleerbaar blijft. In 2D moet je een rooster vaak alsnog tot een 1D pad uitrollen. Dan worden sommige buren ver uit elkaar getrokken in de MPS-ordering. De entanglementstructuur wordt veel moeilijker.
Daarom groeit de benodigde bond dimension veel harder. Wat in 1D nog met een grote maar haalbare chi kan, wordt in 2D al snel extreem duur.
Er bestaan 2D tensor-network methoden, zoals PEPS, maar ook die hebben zware kosten en moeilijke convergence vragen. 2D is dus geen kleine uitbreiding van 1D. Het is een andere klasse probleem.
Waarom 2D quantumhardware ook moeilijker is
Voor quantumhardware wordt 2D niet automatisch makkelijk. De mapping wordt complexer. De fSWAP-routing wordt belangrijker. De hardwareconnectiviteit moet meer interactierichtingen ondersteunen. Een snake layout kan nog steeds helpen, maar zij moet nu een 2D structuur door een beperkte hardwaregraf leggen.
De kernvraag wordt
Kun je de 2D Hubbard localiteit zo mappen dat de hardware niet verdrinkt in routing?
Dat is precies waar co-design opnieuw belangrijk wordt. Je wilt niet eerst een abstract 2D circuit maken en dan hopen dat de compiler het oplost. Je wilt de mapping, layout en hardware samen ontwerpen.
Een realistische route
De weg naar 2D hoeft niet meteen een groot rooster te zijn. Een verstandige route is:
- kleine plaquettes, bijvoorbeeld 2 bij 2;
- ladders, bijvoorbeeld 2 bij L;
- cylinders met beperkte breedte;
- grotere 2D patches;
- pas daarna echte materiaalachtige 2D regimes.
Elke stap moet exact of klassiek worden gevalideerd waar dat nog kan. De les uit 1D blijft gelden: grotere hardwareplots zijn interessant, maar kleine exacte checks blijven nodig voor harde fysische claims.
Wat nemen we mee uit 1D?
De 1D reeks leert vijf dingen die voor 2D blijven gelden
- de fysische observable moet vooraf duidelijk zijn;
- de fermion-to-qubit mapping is geen bijzaak;
- fSWAP-routing is fysica, niet alleen compilerwerk;
- quantum timing moet worden vergeleken met klassieke convergence workflows;
- heatmaps en lokale observables zijn vaak begrijpelijker dan globale statevectorclaims.
De rol van quantumhardware
2D Hubbard is precies het soort probleem waar quantumhardware op termijn echt interessant kan worden. Niet omdat klassieke methoden verdwijnen, maar omdat de klassieke kosten en validatievragen veel sneller groeien dan in 1D.
De juiste ambitie is daarom niet
we hebben 1D gedaan, dus 2D is opgelost.
De juiste ambitie is
1D is de testbank waar we leren meten, mappen, mitigeren en vergelijken. 2D is waar de echte fysische druk komt te liggen.
Dat maakt 2D de natuurlijke volgende stap voor deze projectlijn.
Bronnen en projectlinks
- Q-CTRL Fermi-Hubbard paper: https://arxiv.org/abs/2605.04025
- Projectrepo: https://github.com/BramDo/fermi-hubbard-60q-tdvp
- Classical response paper: https://arxiv.org/abs/2606.04771


