Edukaizen

Menu
  • Home
  • Hubbard 1D
    • Part 1: 1D Hubbard model
    • Part 2: Snake layout and fSWAP
    • Part 3: Qiskit and Fire Opal
    • Part 4: 120-qubit run
    • Part 5: Time-to-answer
    • Part 6: Tensor networks
    • Part 7: Majorana propagation
    • Part 8: Heatmaps
    • Part 9: 2D Hubbard outlook
  • Hubbard 2D
    • Part 1: 1D to 2D
    • Part 2: Cuprates
    • Part 3: 3×3
    • Part 4: Time
    • Part 5: 4×4
    • Part 6: 6×6 Fez
  • Hadron
    • Deel 1: Hadron op quantumprocessor
    • Deel 2: Quarks en confinement
    • Deel 3: SU(2) en LSH
    • Deel 4: Hamiltoniaan en circuit
    • Deel 5: Fire Opal
    • Deel 6: Klassieke simulaties
    • Deel 7: Quantumvoordeel
  • Black Hole OLE
    • Part 1: What we ran
    • Part 2: How OLE works
    • Part 3: Fire Opal and Kingston
    • Part 4: The tensor-network challenge
    • Part 5: Hawking and scrambling
    • Part 6: What the result proves
  • Random Graph
    • Part 1: Theory
    • Part 2: Circuit
    • Part 3: Qiskit
    • Part 4: Complexity
    • Part 5: Verification
    • Part 6: Workflow
    • Part 7: Conclusion
  • QOS QML
    • Nederlands
    • English
  • Advantage List
Menu

Het 40-qubitresultaat: hardware 16, klassiek 17

Nederlands | English | Projectpagina | Vorig deel | Volgend deel | QOS paper | Officiële code | Hardwarecode

Update van 21 juli 2026: 60-qubithardware eindigt vóór beide baselines

De nieuwe ondiepe 60-qubitroute met labelvrije genmodules scoorde op dezelfde omvang van de held-out test 17/32, tegenover 16/32 voor de lineaire en 14/32 voor de RBF-baseline. Het Fire Opal-dashboard rapporteerde slechts 26 quantumseconden. Het volledige resultaat was na ongeveer 8 minuten en 33 seconden beschikbaar; een lokale MPS-simulatie van dezelfde quantumrepresentatie was na 42 minuten en 57 seconden nog niet geconvergeerd. Lees het volledige 60-qubitresultaat in deel 8.

Onderstaand hoofdstuk blijft het historische, vooraf bevroren 40-qubitresultaat beschrijven.

Na dagen van dataselectie, representatietests, circuitvalidatie, Fire Opal-uitvoering en lokale analyse komt de vaste test neer op één eenvoudig getalverschil:

Route Balanced accuracy Correct
40-qubit hardwarefeatures 0,50000 16/32
klassieke raw-gene frontier 0,53125 17/32
hardware minus klassiek -0,03125 -1 cel

De hardware won dus niet. Maar “klassiek won” is eveneens te groot geformuleerd. Met 32 testcellen is één voorspelling gelijk aan 3,125 procentpunt. De uitkomst is praktisch een gelijkspel rond kansniveau.

Wat gebeurde met het trainingssignaal?

Tijdens training-only cross-validatie scoorde de gekozen hardwareclassifier gemiddeld 0,59375. De klassieke winnaar zat op 0,53125. Dat was een klein lichtpunt: de gemeten quantumfeatures bevatten blijkbaar genoeg structuur om binnen sommige trainingfolds boven kansniveau uit te komen.

Op de vooraf afgeschermde testset zakte hardware echter naar 0,50000. Het signaal generaliseerde dus niet aantoonbaar. Omdat beide eindmodellen hun volledige training perfect fitten, past het patroon bij overfitting of instabiele kleine-samplegeometrie.

We noemen de CV-voorsprong daarom een exploratief trainingssignaal, niet een gedeeltelijk quantumvoordeel.

De paarsgewijze vergelijking

Van de 32 testcellen waren er:

  • 7 waarvoor alleen de hardwareclassifier correct was;
  • 8 waarvoor alleen de klassieke classifier correct was;
  • 17 waarvoor beide correct of beide fout waren.

De exacte tweezijdige McNemar-p-waarde is 1,0. De 95%-bootstrapinterval voor hardware minus klassiek loopt van -0,25 tot +0,1875. Zowel een materieel klassiek voordeel als een hardwarevoordeel past dus nog binnen de onzekerheid van deze pilot.

Ook de afzonderlijke Wilson-intervallen zijn breed:

  • hardware: ongeveer 0,336 tot 0,664;
  • klassiek: ongeveer 0,364 tot 0,691.

Wat is wél bereikt?

De voorspellende uitkomst is zwak, maar de uitvoering heeft vier concrete resultaten opgeleverd:

  1. Een echte PBMC68k-cel kan reproduceerbaar van 32.738 genkolommen naar een vierbloks 40-qubitcircuit worden vertaald.
  2. Een batch van 192 circuits kan via Fire Opal op IBM Fez worden gevalideerd, uitgevoerd en zonder resubmissie teruggehaald.
  3. Uit slechts drie globale meetbases kunnen 405 geordende features per cel worden gereconstrueerd.
  4. De hardwarefeatures kunnen in een vooraf vastgelegde, testlekvrije ML-pijplijn worden geëvalueerd tegen een opnieuw berekende klassieke frontier.

Dat is een hardware-feasibility milestone: een bewijs dat de pijplijn uitvoerbaar is. Het is geen bewijs dat de pijplijn al nuttig genoeg generaliseert.

Hoe zit het met de 26 quantumseconden?

De provider rapporteerde 26 QPU-seconden voor de 192 circuits. Dit is opvallend compact vergeleken met sommige volledige klassieke simulaties van brede quantumcircuits. Toch is het geen speedupmeting voor de ML-taak.

Voor een eerlijke tijdclaim moeten we ook tellen:

  • klassieke selectie en hashing van genen;
  • circuitconstructie en QASM-export;
  • providercompilatie en queue;
  • Fire Opal-verwerking;
  • dataretrieval en observableberekening;
  • classifiertraining;
  • de tijd van de beste klassieke end-to-endpipeline.

Bovendien gaf de klassieke raw-geneclassifier hier een betere puntenscore. Een korte QPU-kern is niet genoeg wanneer de eindtaak niet beter of goedkoper wordt opgelost.

Waarom dit toch publiceerbaar is

Negatieve en bijna-neutrale hardwaremetingen zijn wetenschappelijk nuttig wanneer het protocol vooraf is vastgelegd. Deze pilot laat precies zien waar een theoretische ruimtewinst onderweg naar NISQ-hardware kan verdwijnen:

  • aggressive featurecompressie kan biologisch signaal verwijderen;
  • hashbotsingen kunnen interacties vermengen;
  • ondiepe circuits kunnen te weinig expressief zijn;
  • lawaai en 128 shots vervormen correlaties;
  • 32 trainingsvoorbeelden zijn te weinig voor een stabiele 405-dimensionale classifier.

De juiste conclusie is daarom niet “QOS werkt niet”. Het volledige QOS-algoritme is niet getest. De conclusie is: deze ondiepe 40-qubit QOS-geïnspireerde featuremap was uitvoerbaar, maar generaliseerde op de gekozen 32/32-PBMCsplit niet beter dan de klassieke frontier.

De claim in één zin

> We demonstrated an end-to-end 40-qubit hardware-feasible QOS-inspired single-cell classification pipeline; it produced an exploratory training-CV signal but no held-out predictive quantum advantage.

In deel 7 zetten we uiteen welke experimenten nodig zijn om van dit tussenresultaat naar een serieuze advantage-test te gaan.

Reproduceerbaarheid

  • Hardware-analyserunner
  • GitHub pull request met volledige runner- en testsuite
Nederlands | English | Projectpagina | Vorig deel | Volgend deel | QOS paper | Officiële code | Hardwarecode

Recent Posts

  • Black Hole OLE, part 6: what the result proves and what comes next
  • Black Hole OLE, part 5: Hawking, black holes, and scrambling
  • Black Hole OLE, part 4: the tensor-network challenge
  • Black Hole OLE, part 3: Fire Opal on IBM Kingston
  • Black Hole OLE, part 2: how an Operator Loschmidt Echo works

Recent Comments

No comments to show.

Archives

  • July 2026
  • May 2026
  • March 2026
  • February 2026
  • September 2024

Categories

  • 10
  • Quantum Computing
  • Uncategorized
©2026 Edukaizen | Theme by SuperbThemes