Voor een klein project is het interessant om niet alleen naar de eigen vorige run te kijken. Wat publiceren grotere onderzoeksgroepen voor vergelijkbare roosters? De bruikbare vraag is niet wie het meest indrukwekkende qubitgetal noemt, maar welke observabelen onder welke omstandigheden zijn gemeten en hoe de referentie tot stand kwam.
Google is vooral zichtbaar op 5×5, maar heeft ook 6×6-data
Veel uitvoerig besproken figuren in de Google/Phasecraft-publicatie gaan over 5×5. Toch bevat de openbare dataset ook volledige lokale Z- en ZZ-verwachtingswaarden voor 6×6. We hebben die data rechtstreeks gebruikt, zonder punten uit afbeeldingen te schatten. Zie de paper en de dataset.
Onze selectie is beperkt: een holon-stripe-begintoestand, U=8, T=0,4, nul flux en twee of drie Trotterlagen. Uit de Pauli-momenten berekenen we dezelfde lading, spin en doublons als in onze eigen analyse. Googles spindefinitie is hier al n_up-n_down; een extra factor twee zou fout zijn.
De lokale afwijkingen in dezelfde eenheden
Iedere rij hieronder wordt vergeleken met zijn eigen modelreferentie. Google gebruikt in deze vergelijking TDVP chi2048, wij de nog niet geconvergeerde chi64. De waarden zijn RMS-afwijkingen over alle lokale sites.
| Gemitigeerd resultaat | Lading | Spin | Doublons |
|---|---|---|---|
| Google 5×5, twee lagen | 0,01779 | 0,02280 | 0,01021 |
| Google 5×5, drie lagen | 0,02431 | 0,04269 | 0,01841 |
| Google 6×6, twee lagen | 0,02809 | 0,04478 | 0,02497 |
| Google 6×6, drie lagen | 0,02661 | 0,08023 | 0,02971 |
| Ons 6×6, origineel + TFLO | 0,08389 | 0,09185 | 0,05080 |
| Ons 6×6, compact + TFLO | 0,10930 | 0,12586 | 0,06412 |
Voor de geselecteerde 6×6-tweelaagsvergelijking zijn onze afwijkingen ongeveer twee keer zo groot voor spin en doublons en drie keer voor lading. Dat is dezelfde orde van grootte, niet dezelfde bewezen kwaliteit. Onze Hamiltoniaan bevat diagonale hopping en onze toestand heeft N=32; de geselecteerde Google 6×6-toestand heeft N=30 en t'=0.
Googles referentie is bij dit tijdpunt bovendien behoorlijk stabiel: chi1024 naar chi2048 verandert het 6×6-spinprofiel met ongeveer 0,00021 RMS. Dat is geen strikt foutcertificaat, maar wel veel kleiner dan de getoonde hardwareafwijkingen. De vergelijking is daarom inhoudelijker dan de constatering dat beide projecten een 6×6-rooster noemen.
Bonsai beantwoordt weer een andere vraag
De heavy-hex-publicatie van Esposito en collega's combineert hardware-afhankelijke mapping en Hamiltoniaansimulatie tot 6×6. De daar gebruikte Boston-processor is Heron r3, geen Nighthawk. Een mapping die op dat verbindingspatroon goed werkt, moet op onze hardware opnieuw worden beoordeeld. Een ander U, tijdpunt of integratieschema kan evenmin door simpel normaliseren in onze doelopgave worden veranderd.
Een eerlijke waardering
Deze vergelijking maakt ons resultaat niet waardeloos. Met beperkte middelen hebben we een werkende 72-modusroute, een groot controlearchief en gemitigeerde observabelen in een relevante orde van grootte. Het verantwoorde vervolg is daarvan leren, niet alvast de titel 'beste 6×6' opeisen. De volledige omzetting en haar metadatawaarschuwingen staan onder google_conversion_2026-09-07_v1 in onze repository.


