Edukaizen

Menu
  • Home
  • Hubbard 1D
    • Part 1: 1D Hubbard model
    • Part 2: Snake layout and fSWAP
    • Part 3: Qiskit and Fire Opal
    • Part 4: 120-qubit run
    • Part 5: Time-to-answer
    • Part 6: Tensor networks
    • Part 7: Majorana propagation
    • Part 8: Heatmaps
    • Part 9: 2D Hubbard outlook
    • Part 10: Quantum computer as a lab
  • Hubbard 2D
    • Part 1: 1D to 2D
    • Part 2: Cuprates
    • Part 3: 3×3
    • Part 4: Time
    • Part 5: 4×4
    • Part 6: 6×6 Fez
  • Hadron
    • Deel 1: Hadron op quantumprocessor
    • Deel 2: Quarks en confinement
    • Deel 3: SU(2) en LSH
    • Deel 4: Hamiltoniaan en circuit
    • Deel 5: Fire Opal
    • Deel 6: Klassieke simulaties
    • Deel 7: Quantumvoordeel
  • Black Hole OLE
    • Part 1: What we ran
    • Part 2: How OLE works
    • Part 3: Fire Opal and Kingston
    • Part 4: The tensor-network challenge
    • Part 5: Hawking and scrambling
    • Part 6: What the result proves
    • Part 7: Local toy model
    • Part 8: QGSS26 compatibility
  • Random Graph
    • Start here
    • Part 1: Theory
    • Part 2: Circuit
    • Part 3: Qiskit
    • Part 4: Complexity
    • Part 5: Verification
    • Part 6: Workflow
    • Part 7: Conclusion
  • QOS QML
    • Nederlands
    • English
    • Beginnershandleiding 4q
  • Advantage List
Menu

Fermi-Hubbard op een quantumcomputer, deel 10: kan een quantumcomputer een quantumlab vervangen?

Posted on July 27, 2026July 27, 2026 by admin
Nederlands | English | Project page | Vorige

De 1D Fermi-Hubbardketen als toetssteen

Een cold-atomlab bouwt een Hubbardketen met ultrakoude lithiumatomen, lasers en een quantum-gasmicroscoop. Een digitale quantumcomputer codeert dezelfde keten in qubits, vertaalt de Hamiltoniaan naar poorten en leest na vele herhalingen bitstrings uit. In beide gevallen bereiden onderzoekers een begintoestand, veroorzaken zij een lokale verstoring, laten zij het systeem evolueren en meten zij hoe spin en lading zich verspreiden.

Zijn dit inmiddels twee uitvoeringen van hetzelfde experiment?

Kort antwoord: voor een nauwkeurig afgebakende vraag over het 1D Fermi-Hubbardmodel kan een digitale quantumprocessor steeds meer functies van een cold-atomexperiment overnemen. Hij vervangt daarmee niet het volledige natuurkundige laboratorium. Hij wordt een ander type quantumlab: programmeerbaarder, maar ook afhankelijk van fermion-naar-qubitmapping, Trotterbenadering, kalibratie en foutonderdrukking.

Dezelfde Hamiltoniaan, andere materie

De vergelijking begint bij het model:

\[H=-t_h\sum_{i,\sigma}\left(c^\dagger_{i,\sigma}c_{i+1,\sigma}+c^\dagger_{i+1,\sigma}c_{i,\sigma}\right)+U\sum_i n_{i,\uparrow}n_{i,\downarrow}.\]

De eerste term laat fermionen tussen naburige roostersites hoppen. De tweede term geeft een energie aan dubbele bezetting. Voor U > 0 is de interactie repulsief; voor U < 0 is zij attractief.

In een optical-lattice-experiment zijn de roostersites werkelijk gevormd door laserlicht en zijn de fermionen ultrakoude atomen. De Fermi-Hubbarddynamica ontstaat daar grotendeels rechtstreeks uit de fysische opstelling.

Op een gate-based quantumcomputer zijn de fermionen niet fysiek aanwezig. Iedere spin-orbitaal wordt in een qubit gecodeerd. Een Jordan-Wignertransformatie bewaart de fermionische anticommutatieregels en een reeks gecompileerde poorten benadert de tijdsevolutie. De quantumprocessor simuleert dus niet hoe zijn eigen qubits zich spontaan gedragen, maar dwingt de qubits om de wiskundige dynamica van het gekozen model te volgen.

Als de wetenschappelijke vraag uitsluitend over het Hubbardmodel gaat, hoeft dat verschil in drager geen bezwaar te zijn. Als de vraag juist gaat over lithiumatomen, eindige temperatuur, optische opsluiting of de werking van een quantum-gasmicroscoop, kan de digitale processor het cold-atomlab niet vervangen.

Het cold-atomexperiment: een atoom verwijderen

Vijayan en collega’s publiceerden in 2020 de duidelijkste laboratoriumwaarneming van tijdsafhankelijke spin-charge-deconfinement in een fermionische Hubbardketen. Zij maakten met lithium-6-atomen repulsieve ketens met U/t ongeveer 8 tot 20. De ketens bevatten gemiddeld ongeveer dertien atomen, met centraal een nagenoeg halfgevuld gebied van ongeveer negen sites en kortbereik-antiferromagnetische spincorrelaties.

Met een smalle laserpuls verwijderden zij op de centrale site een atoom. Dat lukte op de bedoelde site met een kans van ongeveer 78 procent. Vervolgens lieten zij het systeem gedurende een instelbare tijd evolueren en maakten zij met spin- en density-resolved quantum gas microscopy een momentopname. Voor iedere evolutietijd werd het experiment duizenden keren herhaald.

Het verwijderen van een fermion creƫert in een dimensie twee collectieve excitaties:

  • holon: draagt lading maar geen spin;
  • spinon: draagt spin maar geen lading.

Bij U/t = 15 maten de onderzoekers een voortplantingssnelheid van 3,08 +/- 0,09 sites per milliseconde voor de charge-excitatie en 0,58 +/- 0,04 sites per milliseconde voor de spin-excitatie. De verhouding was 5,31 +/- 0,43. De charge-excitatie verscheen in de gatendichtheid. De spin-excitatie werd gevolgd via spincorrelaties in zogeheten squeezed space, waarbij gaten en doublons tijdens de analyse uit de keten worden verwijderd.

De paper gaat verder dan twee verschillende snelheden. Met spin-hole-spin-correlatoren en lokale magnetisatiefluctuaties laat zij zien dat de spinon en holon zich werkelijk ruimtelijk van elkaar losmaken. Het experiment bevat bovendien echte laboratoriumeffecten, zoals eindige temperatuur, een harmonische opsluiting, onvolmaakte verwijdering van het atoom en een begrensde keten.

Hilker en collega’s hadden in 2017 al de statische correlatiekant zichtbaar gemaakt. In gedoteerde 1D Hubbardketens vonden zij met niet-lokale stringcorrelatoren verborgen antiferromagnetische orde. Gaten verdunnen het zichtbare spinpatroon, maar na correctie voor hun posities verschijnt de onderliggende orde opnieuw. Deze paper verklaart waarom charge-defecten en spinorde niet met een lokale density alleen kunnen worden beschreven.

Salomon en collega’s maakten in 2019 een verwant mechanisme zichtbaar: gaten, doublons en overtollige spins werken in gedoteerde Hubbardketens als gedelokaliseerde domeinwanden in de antiferromagnetische orde. Hilker en Salomon leveren daarmee de evenwichts- en correlatieachtergrond voor de tijdsafhankelijke deconfinement die Vijayan later rechtstreeks volgde.

Google 2020: de eerste digitale brug

Google AI Quantum simuleerde in 2020 een 8-site Fermi-Hubbardketen op 16 superconducting qubits. De onderzoekers maakten een gelokaliseerde charge- en spinverdeling, verwijderden plotseling de opsluitende potentiaal en schakelden de interactie in. Daarna maten zij

\[\rho_i^{\mathrm{c}}(t)=\langle n_{i,\uparrow}(t)+n_{i,\downarrow}(t)\rangle\]

en

\[\rho_i^{\mathrm{s}}(t)=\langle n_{i,\uparrow}(t)-n_{i,\downarrow}(t)\rangle.\]

Bij sterkere interactie spreidde de charge-density sneller dan de spin-density. De diepste circuits bevatten meer dan zeshonderd twee-qubitpoorten. Om zulke circuits bruikbaar te maken, combineerde Google snelle Floquetkalibratie met postselectie op het juiste deeltjesaantal, averaging over verschillende qubittoewijzingen en rescaling van gedempte verwachtingswaarden.

Dit was een belangrijke digitale demonstratie, maar geen digitale kopie van Vijayan. De begintoestand en quench verschilden. Google liet een vooraf gevormde density-piek vrij uit een val; Vijayan verwijderde lokaal een atoom uit een bijna halfgevulde antiferromagnetische keten. Google richtte zich vooral op eenpuntsdensities en hun spreiding; Vijayan gebruikte daarnaast conditionele en meerpuntscorrelatoren om de ruimtelijke deconfinement van spinon en holon te onderbouwen.

Google 2020 toonde dat een gate-based processor hetzelfde verschijnsel in dezelfde modeltaal kan benaderen. Het verving nog niet dezelfde laboratoriumproef.

Q-CTRL en IBM 2026: bijna hetzelfde digitale experiment

De Q-CTRL/IBM-preprint van Hartnett en collega’s, in juli 2026 herzien tot versie 2, maakt de vergelijking veel directer. De onderzoekers startten met een Neel-keten van 31 sites, brachten in het midden een vacancy aan en simuleerden repulsieve interacties van U/t_h = 0 tot 14. Daarvoor gebruikten zij 62 qubits, evolutietijden tot t = 9/t_h en maximaal 90 Trotterstappen.

Zij maten een charge-tracer:

\[C_i^{\mathrm{c}}(t)=\langle n_{i,\uparrow}(t)+n_{i,\downarrow}(t)\rangle-\langle n_{i,\uparrow}(0)+n_{i,\downarrow}(0)\rangle\]

en een connected spin-tracer:

\[C_i^{\mathrm{s}}(t)=4\left[\langle S_i^z(t)S_{i_0}^z(t)\rangle-\langle S_i^z(t)\rangle\langle S_{i_0}^z(t)\rangle\right],\]

waar i_0 de plaats van de aanvankelijke vacancy is. Uit de twee ruimtetijd-heatmaps werden afzonderlijke charge- en spingolffronten en hun snelheden afgeleid. De uitkomsten werden vergeleken met TDVP-berekeningen en, in passende limieten, met vrije-fermionresultaten en Bethe-ansatzvoorspellingen.

Dit protocol ligt structureel dicht bij het cold-atomexperiment:

Experimentele functie Vijayan 2020, cold atoms Hartnett 2026, digitale processor
Begintoestand Bijna halfgevulde repulsieve keten met korte antiferromagnetische correlaties Zuivere Neel-Focktoestand
Lokale quench Een lithiumatoom met een laser verwijderen Een centrale bezetting in de bitstring weglaten
Charge-signaal Ruimtelijke gatendichtheid Verandering van de lokale totale density
Spin-signaal Squeezed-space spincorrelaties en meerpuntscorrelatoren Connected tweepunts-spintracer
Dynamisch resultaat Holon en spinon hebben verschillende snelheden en raken ruimtelijk gescheiden Charge- en spingolffronten hebben verschillende snelheden
Belangrijkste foutenbron Temperatuur, opsluiting, quench-efficiƫntie en imaging Gatefouten, decoherentie, Trotterfout, readout en eindig aantal shots

De observabelen zijn dus nog steeds niet identiek. Vooral de spinmeting verschilt. Vijayan volgt nearest-neighbourcorrelaties in squeezed space en gebruikt aanvullende meerpuntscorrelatoren. Hartnett gebruikt een connected spin-correlator ten opzichte van de oorspronkelijke defectsite. Beide metingen isoleren echter een ruimtelijk en tijdsafhankelijk spinsignaal naast een afzonderlijk chargesignaal.

Belangrijke afbakening: de spin-chargefiguren uit de Q-CTRL-preprint komen van de repulsieve 31-site, 62-qubitproef. De veelbesproken grootste run in dezelfde paper gebruikt 60 sites en 120 qubits, maar daar staat U/t_h = -2 centraal en worden vooral lokale occupation dynamics bestudeerd. Die 120-qubitrun is dus niet op zichzelf de digitale herhaling van het repulsieve spinon-holonexperiment.

Wanneer is er werkelijk sprake van vervanging?

Het woord vervangen is alleen houdbaar als we het opsplitsen in verschillende niveaus.

Niveau Oordeel Reden
Hetzelfde wiskundige model uitvoeren Ja Beide platforms realiseren de tijdsevolutie van een 1D Fermi-Hubbard-Hamiltoniaan.
Dezelfde natuurkundige vraag beantwoorden Grotendeels Beide kunnen meten of spin en charge na een lokale verstoring met verschillende snelheden voortplanten.
Precies hetzelfde protocol uitvoeren Nog niet Begintoestand, quench, temperatuur, begrenzing en spin-correlatoren verschillen.
Het volledige cold-atomlab vervangen Nee Een digitale processor onderzoekt het model, niet alle fysica en techniek van de atomaire realisatie.
Zonder onafhankelijke validatie nieuwe fysica vaststellen Nog niet overtuigend In het regime waarin klassieke methoden en quantumdata uiteenlopen, is niet automatisch bekend welke uitkomst correct is.

De laatste rij is essentieel. Q-CTRL rapporteert voor de 120-qubitrun overeenstemming met TDVP tot ongeveer t = 5,2/t_h bij een bond dimension tot chi = 4096. Bij t = 6/t_h loopt het verschil op tot ongeveer vier procent en noemt de paper de nauwkeurigheid van de digitale simulatie onbepaald. Dat is geen mislukking, maar het laat wel zien dat het wegvallen van een klassieke referentie niet vanzelf een bevestiging van de quantumuitkomst vormt.

Een vervangend digitaal lab heeft daarom een validatieladder nodig:

Stap Controle
1 Herstel de exacte limiet bij U = 0.
2 Vergelijk korte tijden met exacte diagonalisatie of een geconvergeerde tensor-networkberekening.
3 Vergelijk sterke koppeling met analytische resultaten, bijvoorbeeld Bethe ansatz waar die toepasbaar is.
4 Reproduceer dezelfde trend op verschillende qubitselecties, kalibratiemomenten of hardwareplatforms.
5 Vergelijk een overlappende quench en dezelfde dimensieloze observabelen met het cold-atomexperiment.

Pas daarna wordt het verantwoord om een moeilijker, klassiek onbeheersbaar parametergebied te verkennen.

Wat betekent dit voor het EduKaizen-project?

De huidige EduKaizen-reeks en repository demonstreren al de digitale-labworkflow: een 1D Fermi-Hubbardketen wordt in qubits gecodeerd, op IBM-hardware geevolueerd en via lokale occupation-, charge-, spin- en doublonobservabelen met TDVP vergeleken. De opgeslagen 60-qubitrun gebruikt 30 sites, acht Trotterstappen, t = 1,6/t_h en de attractieve instelling U/t_h = -2. De repository trekt terecht geen conclusie over praktisch quantumvoordeel.

De uitkomst hoeft niet exact dezelfde snelheid in sites per milliseconde te geven. De cold-atomklok wordt bepaald door het tunnelinggetal in hertz; de digitale simulatie gebruikt doorgaans de dimensieloze tijd t_h t / hbar, of t_h t wanneer hbar = 1 wordt gekozen. De correcte vergelijking gebruikt daarom dimensieloze snelheden en dezelfde verhouding U/t_h, niet ruwe laboratoriumseconden tegenover processortijd.

Conclusie

Een quantumcomputer kan een quantumlab niet in algemene zin vervangen. Hij kan wel een specifiek Hubbardexperiment functioneel vervangen wanneer vijf zaken overeenkomen: de Hamiltoniaan, de begintoestand, de quench, de observabelen en de validatieprocedure.

Hilker 2017 levert de correlatieve achtergrond. Vijayan 2020 toont in een cold-atomlab hoe een lokaal verwijderd fermion uiteenvalt in een sneller holon en een langzamer spinon. Google 2020 toont de eerste gate-based scheiding van charge- en spin-density. Hartnett 2026 brengt de digitale methode het dichtst bij dezelfde lokale quench en dezelfde golffrontvraag.

Het meest nauwkeurige beeld is daarom niet dat de quantumcomputer het fysieke lab overbodig maakt. Het zijn twee complementaire quantumlaboratoria. Het cold-atomlab geeft een directe, materiele realisatie met temperatuur en experimentele imperfecties. De digitale processor geeft een programmeerbare realisatie waarin parameters, begintoestanden en meetfuncties systematisch kunnen worden veranderd. Juist wanneer beide platforms in hun overlappende bereik hetzelfde antwoord geven, ontstaat vertrouwen om met de digitale simulator verder te gaan waar klassieke berekeningen of analoge opstellingen moeilijker worden.

Bronnen en projectlinks

  • T. A. Hilker et al., “Revealing Hidden Antiferromagnetic Correlations in Doped Hubbard Chains via String Correlators”, Science 357, 484-487 (2017). DOI
  • J. Vijayan et al., “Time-Resolved Observation of Spin-Charge Deconfinement in Fermionic Hubbard Chains”, Science 367, 186-189 (2020). DOI
  • G. Salomon et al., “Direct Observation of Incommensurate Magnetism in Hubbard Chains”, Nature 565, 56-60 (2019). DOI
  • Google AI Quantum and collaborators, “Observation of Separated Dynamics of Charge and Spin in the Fermi-Hubbard Model”, arXiv:2010.07965 (2020). arXiv
  • G. S. Hartnett et al., “Fast, Accurate, High-Resolution Simulation of Large-Scale Fermi-Hubbard Models on a Digital Quantum Processor”, arXiv:2605.04025v2 (2026), preprint. arXiv
  • EduKaizen, “Fermi-Hubbard on a Quantum Computer, Part 1: the 1D Hubbard Model”. EduKaizen-artikel
  • EduKaizen project repository, “fermi-hubbard-60q-tdvp”. GitHub-repository
Nederlands | English | Project page | Vorige

Leave a Reply Cancel reply

You must be logged in to post a comment.

Recent Posts

  • Fermi-Hubbard op een quantumcomputer, deel 10: kan een quantumcomputer een quantumlab vervangen?
  • Fermi-Hubbard on a quantum computer, part 10: can a quantum computer replace a quantum lab?
  • Black Hole OLE, part 8: QGSS26 and protocol compatibility
  • Black Hole OLE, part 7: a local toy model with theory and user guide
  • Black Hole OLE, part 6: what the result proves and what comes next

Recent Comments

No comments to show.

Archives

  • July 2026
  • May 2026
  • March 2026
  • February 2026
  • September 2024

Categories

  • 10
  • Quantum Computing
  • Uncategorized
©2026 Edukaizen | Theme by SuperbThemes